Guillermo Santamarina

Alledaagse vragen #6: 'Het volk in de grot' met René ten Bos



Ik ben Luc, en in deze en elke aflevering stel ik mezelf de vraag om te reageren op een kwestie uit het dagelijks leven. [Muziek]

Het Filosofie Magazine van februari gaat over de kloof tussen het volk en de elite. Wat mij betreft zijn dat behoorlijk abstracte begrippen, waar ik me niet per se in herken, maar ik ben wel bang dat ik tot de elite gerekend word. Ik heb gestudeerd, lees Nietzsche, en hou me ook nog eens bezig met hedendaagse kunst en filosofie. Dat zijn toch een paar stevige indicatoren voor iets elitairs.

Dus, ervan uitgaande dat ik bij de elite hoor, is mijn alledaagse vraag: welke rol heb ik in onze maatschappij als onderdeel van de elite?
Ik leg het voor aan René ten Bos, de Denker des Vaderlands. Hij schreef het boek Het Volk in de Grot, een allegorie op de grot van Plato, waarin hij uitlegt waarom de mensen die in die grot zitten, helemaal geen behoefte hebben aan de waarheid die buiten de grot te vinden is.

Die waarheid wordt ook in onze tijd door de elite verkondigd. Hebben we tegenwoordig nog iets aan die begrippen van elite versus volk? Het is natuurlijk moeilijk te zeggen, omdat het begrip 'volk' zoveel verschillende betekenissen heeft gekregen dat we eigenlijk niet meer precies weten wat het betekent. Tegelijkertijd zien we hetzelfde gebeuren met het begrip 'elite'.

Vroeger werd de elite vaak geassocieerd met rijkdom: mensen die zich geen zorgen hoefden te maken over het einde van de maand, die naar de golfclub gingen, en vaak voor kernwapens waren. Dat was toen ik jonger was. Maar langzaamaan is het idee ontstaan dat elite meer te maken heeft met bepaalde functies die je in de samenleving bekleedt, zoals bestuurders. In onze samenleving is er veel sociale mobiliteit. Mensen die in de lagere kringen zijn geboren, kunnen tegenwoordig naar boven klimmen. Elite wordt nu vaker geassocieerd met een universitaire opleiding en achtergrond, in plaats van puur rijkdom.

En dat zorgt ervoor dat we vandaag de dag praten over postmoderne elites, cultuurrelativistische elites, en populisten die beweren dat alle ellende in de samenleving veroorzaakt wordt door intellectuelen die te veel Franse filosofie hebben gelezen. Ik parafraseer Thierry Baudet een beetje.

Als je kijkt naar het woord 'volk', zie je ook semantische verschuivingen. Het is al heel lang een lastig begrip. In mijn boek speel ik met de vele betekenislagen die het woord 'volk' heeft. Het volk dat scandeert, het volk dat nederig is, het volk dat als een eenheid tegenover een vijand staat. Het woord 'volk' heeft zowel een insluitende als een uitsluitende betekenis. Het insluitende aspect komt naar voren als we als natie bijvoorbeeld in oorlog zijn, en we allemaal samen tegen de vijand staan. Maar het krijgt een uitsluitende betekenis als we het volk verbinden met termen als 'ongure types', 'onbetrouwbaar', of 'laag bij de grond'.

Hoe ga je met deze begrippen om in onze samenleving? Voor mij persoonlijk is die vraag altijd interessant geweest. Ik word geacht een jongen van het volk te zijn, maar door de definitie van elite tegenwoordig, behoor ik ook tot die groep. Ik ben hoogleraar en heb een zekere sociale mobiliteit doorgemaakt, maar ik kom uit een arbeidersgezin. Mijn vader was textielarbeider, en mijn ouders hadden nooit geld.

Mijn vader maakte de opkomst van Geert Wilders nog mee en noemde hem een 'keikop'. Het hele idee van een elite was vroeger iets dat met de rijken werd geassocieerd, maar figuren als Wilders en Baudet, die ooit door het volk als elite werden gezien, keren zich nu juist tegen de elite. Dat laat de semantische verschuivingen van dit soort woorden zien.





Bas Haring geeft filosofieles op een basisschool




Ik ben Bas Haring en ik ben hier op de Noordwijker School om samen met kinderen een filosofieles te doen. Ik ga één les filosofie geven in het kader van een cd die ik heb gemaakt met de titel Waarom. Wat is het nut van die vragen en het stellen van vragen? Dat wordt mij wel eens gevraagd. Tja, ik weet het niet. Sterker nog, ik kan niet stoppen met vragen, want als mij gevraagd wordt: "Wat is het nut van al die vragen?", dan denk ik meteen weer: "Ja maar, wat is nut dan eigenlijk? Wat betekent dat? Wanneer heeft iets nut?" Ik zou het zo 1, 2, 3 niet weten. Dus misschien hebben die vragen helemaal geen nut, maar leuk is het wel en ik kan er niet mee ophouden.

Voor mij is filosofie dus dat je probeert verstandig te zijn, dat je probeert wijs te zijn. En filosofie begint altijd met het stellen van vragen, grote vragen. Dat is waar filosofie voor mij mee begint. En ik denk dat je wijs kan worden als je af en toe achterover leunt en denkt: "Hè, hoe kan dat nou eigenlijk? Is dat eigenlijk wel helemaal normaal? Zou dat niet anders kunnen?" Dat je de werkelijkheid, datgene wat er is, ook van verschillende kanten gaat bekijken. Weet je, er zijn heel veel manieren om met filosofie om te gaan. En ik geloof echt dat als jullie les krijgen in filosofie, dat je dat weer op een hele andere manier krijgt. En als je op de middelbare school misschien het vak filosofie kiest, dat je dat dan weer op een hele andere manier doet. Maar ik doe het op mijn manier. En ik vind het leukste en het spannendste om te beginnen met een of andere vraag waarvan ik denk: "Nou, hoe zit dat nou? Is dat nou echt wel zo?" En dan daar eens over na te gaan denken en dingen op een rijtje te zetten. Dat is de manier waarop ik dat leuk vind. En ik vind het ook wel belangrijk, want heel vaak denken mensen dat het nu eenmaal zit zoals het zit en dat het prima zo is, terwijl het vaak ook heus anders kan. En het verstandig is om op een andere manier nog even tegen de werkelijkheid aan te kijken.

Nog zo’n vraag die ik mezelf stelde toen ik op de lagere school zat, is de vraag waarom er wel een woord is voor lichtrood en geen woord voor lichtblauw. Ja, er is wel een woord voor lichtblauw, maar geen apart woord voor lichtrood. We hebben wel een apart woord: roze. Heel gek toch? Ik vond dat best wel gek. Roze, dat is heel anders dan gewoon rood. Een heel groot verschil. En lichtblauw, dat is niet zo’n heel groot verschil eigenlijk, als je het lichtblauw maakt. Dus ik denk hoe meer het verandert, hoe groter de kans dat het een woord krijgt. Dus de vraag is: "Ja, wat was er nou eerst? Was het nou eerst een andere kleur en daarna het woord voor die andere kleur? Of was er eerst het woord voor die andere kleur en zien we als gevolg daarvan ook die andere kleur?" Het antwoord op deze vraag is overigens niet bekend. Dat dan weer wel. Maar het is wel een vraag die heel boeiend is. En het is wel een vraag die je kan hebben: "Ja, hoe kan het nou dat er wel een woord is voor lichtrood en niet een woord is voor lichtblauw of voor lichtgeel?" En het is heel onduidelijk eigenlijk. Het is helemaal niet zo. Er zijn talen waar het net andersom is. En dat laat zien dat de manier waarop je naar de wereld kijkt... jij ziet echt duidelijk verschil tussen roze en rood, maar die manier van kijken naar de wereld is mede afhankelijk van de woorden die wij hebben.

Als je een keer iets niet begrijpt en je klasgenoten wel, dan hoeft dat helemaal niet te betekenen dat je minder slim bent dan je klasgenoten. Misschien wel het tegenovergestelde. Misschien ben je wel slimmer door iets niet te begrijpen. Want misschien is het wel gewoon heel moeilijk te begrijpen!